Leerplicht en vrij vragen:

Het is belangrijk dat ouders op de hoogte zijn van de regels rond het vrij vragen van school. Er zijn soms onduidelijkheden over wanneer er nu wel en niet vrij gegeven mag worden. In onderstaande tekst vindt u het beleid zoals dat voor de openbare scholen van Promes is vastgesteld (ook te lezen op www.stichtingpromes.nl). Het is belangrijk deze uitleg van de regelgeving goed te lezen voordat u een aanvraag tot extra verlof indient. Het kan teleurstellingen voorkomen.
De uiteindelijke beslisverantwoordelijkheid ligt voor de maximale tien dagen verlof bij de schooldirecteur. Wij hopen dat de informatie duidelijk is. Zo niet, dan bent u altijd welkom om vragen te stellen. Vanaf de publicatie op vrijdag 23 april 2010 zullen alle aanvragen beoordeeld worden op basis van onderstaande regels.

Rik Zweers
Directeur ad interim


Leerplicht, vrijstelling van schoolbezoeken en (vakantie)verlof.

In dit document wordt u geïnformeerd over de regels van de Leerplichtwet betreffende vrijstellingen van schoolbezoek van leerplichtige kinderen. Dit document is op initiatief van de leerplichtambtenaren in de provincie Drenthe en in samenwerking met justitie (Arrondissement Assen) opgesteld, waarbij de regels van de Leerplichtwet en de strengere handhaving op het naleven van deze wet zijn
meegenomen. Heeft u vragen of zijn er onduidelijkheden dan kunt u zich richten tot de directeur van de school. Ook kunt u contact opnemen met de leerplichtambtenaar van de (woon)gemeente.

1. Leerplicht en verlof

In de Leerplichtwet staat dat een kind de school moet bezoeken als er onderwijs wordt gegeven. Leerlingen mogen dus nooit zomaar van school wegblijven. In een aantal gevallen is echter een uitzondering op deze regel mogelijk. Als er een bijzondere reden is waarom een ouder vindt dat een kind niet naar school kan, moet de ouder zich aan de regels voor zo’n uitzondering houden. De uitzonderingen en de daarbij behorende regels staan in dit document beschreven.

2. Extra verlof in verband met religieuze verplichtingen

Wanneer een kind plichten moet vervullen die voortvloeien uit godsdienst of levensovertuiging, bestaat er recht op verlof. Als richtlijn geldt dat hiervoor één dag per verplichting vrij wordt gegeven. Indien een kind gebruik maakt van deze vorm van extra verlof, dient dit minimaal twee dagen van te voren bij de directeur van de school gemeld te worden.

3. Op vakantie onder schooltijd

Voor vakantie onder schooltijd kan alleen een uitzondering op de hoofdregel gemaakt worden als een kind tijdens de schoolvakanties niet op vakantie kan gaan door de specifieke aard van het beroep van (één van) de ouders. In dat geval mag de directeur eenmaal per schooljaar een kind vrij geven, zodat er toch een gezinsvakantie kan plaatshebben. Het betreft de enige gezinsvakantie in dat schooljaar.
Bij een aanvraag moet een werkgeversverklaring worden gevoegd waaruit de specifieke aard van het beroep én de verlofperiode van de betrokken ouder blijken. Met specifieke aard van het beroep van (één van) de ouders wordt bedoeld ouders die werkzaam zijn in de
toeristische, agrarische sector of horeca. Werkomstandigheden zoals uitval, onderbezetting, werkplanning, krappe personele bezetting, etc. worden hier expliciet niet bedoeld. Verder dient de aanvragende ouder met de volgende voorwaarden rekening te houden:
- in verband met een eventuele bezwaarprocedure moet de aanvraag tenminste acht weken van tevoren bij de directeur worden ingediend, tenzij de ouder kan aangeven waarom dat niet mogelijk was;
- de verlofperiode mag maximaal tien schooldagen beslaan;
- de verlofperiode mag niet in de eerste twee weken van het schooljaar vallen.

Helaas komt het wel eens voor dat een leerling of een gezinslid tijdens de vakantie ziek wordt, waardoor de leerling pas later op school kan terugkomen. Het is van groot belang om dan een doktersverklaring uit het vakantieland mee te nemen, waaruit de duur, de aard en de ernst van de ziekte blijken. Op die manier worden mogelijke misverstanden voorkomen.

4. Verlof in geval van ‘Andere gewichtige omstandigheden’

Onder ‘andere gewichtige omstandigheden’ vallen situaties die buiten de wil van de ouders en/of de leerling liggen. Voor bepaalde omstandigheden kan vrij worden gevraagd. Hierbij moet gedacht worden aan:
- een verhuizing van het gezin;
- het bijwonen van een huwelijk van bloed- of aanverwanten;
- ernstige ziekte van bloed- of aanverwanten (het aantal verlofdagen wordt bepaald in overleg met de directeur en/of de leerplichtambtenaar);
- overlijden van bloed- of aanverwanten;
- viering van een 25-, 40- of 50-jarig ambtsjubileum en het 12½-, 25-, 40-, 50- of 60-jarig (huwelijks)jubileum van bloed- of aanverwanten.

De volgende situaties zijn geen ‘andere gewichtige omstandigheden’:
- familiebezoek in het buitenland;
- vakantie in een goedkope periode of in verband met een speciale aanbieding;
- vakantie onder schooltijd bij gebrek aan andere boekingsmogelijkheden;
- een uitnodiging van familie of vrienden om buiten de normale schoolvakantie op vakantie te gaan;
- eerder vertrek of latere terugkeer in verband met (verkeers)drukte;
- verlof voor een kind omdat andere kinderen uit het gezin al of nog vrij zijn.

Verlofaanvragen worden altijd individueel beoordeeld. Een aanvraag voor verlof wegens ‘andere gewichtige omstandigheden’ dient zo spoedig mogelijk bij de directeur te worden ingediend (bij voorkeur minimaal acht weken van tevoren).

5. Hoe wordt een aanvraag ingediend?

Aanvraagformulieren voor verlof buiten de schoolvakanties zijn verkrijgbaar bij de directeur van de school. De ouder levert de volledig ingevulde aanvraag, inclusief relevante verklaringen, in bij de directeur van de school. De directeur neemt zelf een besluit over een verlofaanvraag voor een periode van maximaal tien schooldagen. Als een aanvraag voor verlof vanwege ‘andere gewichtige omstandigheden’ meer dan tien schooldagen beslaat, wordt de aanvraag doorgestuurd naar de leerplichtambtenaar van de (woon)gemeente. De leerplichtambtenaar neemt vervolgens een besluit, na de mening van de directeur te hebben gehoord.

6. Niet eens met het besluit

Wanneer een verzoek om extra verlof wordt afgewezen en de aanvragen is het niet eens met dat besluit, kan schriftelijk bezwaar worden gemaakt. Het bezwaarschrift wordt ingediend bij de persoon die het besluit heeft genomen. Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en tenminste de volgende gegevens bevatten:
- naam en adres van belanghebbende;
- de dagtekening (datum);
- een omschrijving van het besluit dat is genomen;
- argumenten die duidelijk maken waarom u niet akkoord gaat met het besluit;
- wanneer het bezwaar niet door de aanvrager maar namens de aanvrager wordt ingediend, moet er een volmacht ondertekend zijn en bij het bezwaarschrift zijn gevoegd.

De bezwaarmaker krijgt de gelegenheid om het bezwaar mondeling toe te lichten. Daarna krijgt de bezwaarmaker schriftelijk bericht van het besluit dat over het bezwaarschrift is genomen. Is de bezwaarmaker het dan nog niet eens met het besluit dan kan er op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) binnen zes weken schriftelijk beroep worden aangetekend bij de Arrondissementsrechtbank, sector Bestuursrecht. Het indienen van een beroepschrift heeft geen schorsende werking. Wel kan de indiener van een beroepschrift zich wenden tot de President van de bevoegde rechtbank met het verzoek een voorlopige voorziening te treffen. Aan zo’n juridische
procedure zijn kosten verbonden: voordat een beroepschrift wordt ingediend is het raadzaam juridisch advies in te winnen, bijvoorbeeld bij een bureau voor Rechtshulp